Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 9. De jaarrekening en het jaarverslag
Afdeling 15. Bepalingen voor verzekeringsmaatschappijen
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 427
1. In deze afdeling
wordt onder verzekeringsmaatschappij verstaan: een financiële onderneming met
zetel in Nederland die ingevolge de Wet op het financieel toezicht het bedrijf
van verzekeraar mag uitoefenen of de werkzaamheden van een entiteit voor
risico-acceptatie mag verrichten, en waarop artikel 3:72 van die wet van
toepassing is.
2. Een rechtspersoon
die het verzekeringsbedrijf uitoefent, doch die geen verzekeringsmaatschappij
is, mag de voor verzekeringsmaatschappijen geldende voorschriften toepassen, indien
het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
3. De uitoefening van
het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf wordt voor de toepassing van deze
afdeling aangemerkt als de uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf. Een
natura-uitvaartverzekering wordt voor de toepassing van deze afdeling
aangemerkt als een levensverzekering.
Artikel 428
1. Voor zover in deze
afdeling niet anders is bepaald, gelden de afdelingen 1, 2, 5 tot en met 10 en
13 van deze titel voor verzekeringsmaatschappijen, alsmede de artikelen 365,
366 lid 2, 368 lid 1, 373, 374, 375, leden 2, 3 en 5 tot en met 7,376,377 lid
7, 402, 403 en 404.
2. Voor
verzekeringsmaatschappijen gelden de deelnemingen en de immateriële activa als
vaste activa. Andere beleggingen en verdere activa gelden als vaste activa,
voor zover zij bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsuitoefening te worden
gebruikt.
3. Over ontwerpen van
een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 363 lid 6 of 442
lid 1, voor zover deze strekken ter uitvoering van de bepalingen van deze
afdeling, en over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als
bedoeld in artikel 444 lid 2 wordt De Nederlandsche Bank N.V. gehoord.
4. Ten aanzien van een
verzekeringsmaatschappij geeft Onze Minister van Economische Zaken geen
beslissing op een verzoek om ontheffing als bedoeld in de artikelen 58 lid 5,
101 lid 4, 210 lid 4 of 392 lid 4 dan nadat hij daarover De Nederlandsche Bank
N.V. heeft gehoord.
§ 2. Voorschriften omtrent de balans
en de toelichting daarop
Artikel 429
1. Onder de activa
worden afzonderlijk opgenomen:
a. de immateriële activa op de wijze bepaald in
artikel 365;
b. de beleggingen;
c. de beleggingen waarbij de tot uitkering
gerechtigde het beleggingsrisico draagt, alsmede de spaarkasbeleggingen;
d. de vorderingen;
e. de overige activa;
f. de overlopende activa; en
g. afgeleide financiële instrumenten.
2. Onder de passiva
worden afzonderlijk opgenomen:
a. het eigen vermogen, op de wijze bepaald in
artikel 373;
b. de achtergestelde schulden;
c. de technische voorzieningen eigen aan het
verzekeringsbedrijf;
d. de technische voorzieningen voor
verzekeringen waarbij de tot uitkering gerechtigde het beleggingsrisico draagt
en die voor spaarkassen;
e. de voorzieningen, op de wijze bepaald in
artikel 374;
f. de niet-opeisbare schulden in het kader van
een herverzekeringsovereenkomst van een maatschappij die haar verplichtingen
herverzekert;
g. de schulden;
h. de overlopende passiva; en
i. afgeleide financiële instrumenten.
3. Indien toepassing is
gegeven aan artikel 430 lid 6, worden de beleggingen, bedoeld in lid 1,
onderdeel b, onderscheiden in:
a. beleggingen die gelden als vaste activa;
b. beleggingen die gelden als vlottende activa,
behorende tot de handelsportefeuille; en
c. beleggingen die gelden als vlottende activa,
niet behorende tot de handelsportefeuille.
Artikel 430
1. Onder de beleggingen
worden afzonderlijk opgenomen:
a. terreinen en gebouwen, al dan niet in
aanbouw, en de vooruitbetalingen daarop, met afzonderlijke vermelding van de
terreinen en gebouwen voor eigen gebruik;
b. beleggingen in groepsmaatschappijen en
deelnemingen;
c. overige financiële beleggingen.
2. Op de balans van een
maatschappij die herverzekeringen aanneemt, worden onder de beleggingen tevens
afzonderlijk opgenomen de niet ter vrije beschikking staande vorderingen in het
kader van een herverzekeringsovereenkomst.
3. Bij de beleggingen
in groepsmaatschappijen en deelnemingen worden afzonderlijk vermeld:
a. aandelen, certificaten van aandelen en andere
vormen van deelneming in groepsmaatschappijen;
b. andere deelnemingen;
c. waardepapieren met een vaste of van de
rentestand afhankelijke rente uitgegeven door en vorderingen op
groepsmaatschappijen; en
d. waardepapieren met een vaste of van de
rentestand afhankelijke rente uitgegeven door en vorderingen op andere
rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de
verzekeringsmaatschappij of waarin de verzekeringsmaatschappij een deelneming
heeft.
4. Van de overige
financiële beleggingen worden afzonderlijk vermeld:
a. aandelen, certificaten van aandelen,
deelnemingsbewijzen en andere niet-vastrentende waardepapieren;
b. waardepapieren met een vaste of van de
rentestand afhankelijke rente;
c. belangen in beleggingspools;
d. vorderingen uit leningen voor welke zakelijke
zekerheid is gesteld;
e. andere vorderingen uit leningen;
f. deposito’s bij banken;
g. andere financiële beleggingen.
5. Tenzij de post
andere financiële beleggingen van ondergeschikte betekenis is op het geheel van
de overige financiële beleggingen, wordt zij naar aard en omvang toegelicht.
6. Indien beleggingen
die gelden als vaste activa op andere grondslagen worden gewaardeerd dan
beleggingen die gelden als vlottende activa en die al dan niet behoren tot de
handelsportefeuille, worden de beleggingen, genoemd in lid 1, onderdelen a of
c, en lid 4, onderdelen a tot en met g, onderscheiden in:
a. beleggingen die gelden als vaste activa,
b. beleggingen die gelden als vlottende activa,
behorende tot de handelsportefeuille; en
c. beleggingen die gelden als vlottende activa,
niet behorende tot de handelsportefeuille.
Artikel 431
Artikel 368 lid 1 is niet van toepassing op de
overige financiële beleggingen, bedoeld in artikel 430 lid 1, onder c.
Artikel 432
1. Onder de vorderingen
worden afzonderlijk opgenomen:
a. vorderingen uit verzekeringsovereenkomsten,
anders dan herverzekering, met afzonderlijke vermelding van de vorderingen op
verzekeringnemers en op tussenpersonen;
b. vorderingen uit
herverzekeringsovereenkomsten;
c. overige vorderingen.
2. Onderscheiden naar
de in lid 1 genoemde groepen, worden aangegeven de vorderingen op
groepsmaatschappijen en de vorderingen op andere rechtspersonen en
vennootschappen die een deelneming hebben in de verzekeringsmaatschappij of
waarin de verzekeringsmaatschappij een deelneming heeft.
Artikel 433
1. Onder de overige
activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. materiële activa als bedoeld in artikel 366
lid 1 die niet onder de post terreinen en gebouwen moeten worden opgenomen,
alsmede voorraden als bedoeld in artikel 369;
b. liquide middelen, als bedoeld in artikel 372
lid 1;
c. andere activa.
2. Tenzij de post
andere activa van ondergeschikte betekenis is op het geheel van de overige
activa, wordt zij naar aard en omvang toegelicht.
Artikel 434
1. Onder de overlopende
activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. vervallen, maar nog niet opeisbare rente en
huur;
b. overlopende acquisitiekosten, voor zover niet
reeds in mindering gebracht op de technische voorziening niet-verdiende premies
dan wel op de technische voorziening levensverzekering;
c. overige overlopende activa.
2. Vermeld worden de
overlopende acquisitiekosten voor onderscheidenlijk levensverzekering en
schadeverzekering.
Artikel 435
1. Onder de technische
voorzieningen worden afzonderlijk opgenomen:
a. de voorziening voor niet-verdiende premies en
de voorziening voor lopende risico’s, waaronder de catastrofevoorziening indien
deze is getroffen;
b. de voorziening voor levensverzekering;
c. de voorziening voor te betalen schaden of
voor te betalen uitkeringen;
d. de voorziening voor winstdeling en kortingen;
e. de voorziening voor latente
winstdelingsverplichtingen;
f. de egalisatievoorziening, voor zover
egalisatie van winsten en verliezen bij of krachtens de wet is toegestaan;
g. de overige technische voorzieningen.
2. Artikel 374 is van
toepassing op de verzekeringstechnische voorzieningen, voor zover de aard van
de technische voorzieningen zich daartegen niet verzet.
3. Op de technische
voorzieningen, daaronder begrepen de technische voorzieningen, bedoeld in
artikel 429 lid 2, onder d, wordt het deel dat door
herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt op de balans in mindering gebracht.
Eveneens worden op deze voorzieningen de rentestandkortingen in mindering
gebracht.
4. Indien op de
technische voorzieningen acquisitiekosten in mindering zijn gebracht, worden
deze afzonderlijk vermeld.
5. Tenzij de voorziening
voor lopende risico’s van ondergeschikte betekenis is op het geheel van de
voorziening niet-verdiende premies wordt de omvang toegelicht.
6. In het
levensverzekeringsbedrijf behoeft geen technische voorziening voor
niet-verdiende premies onderscheidenlijk voor te betalen uitkeringen te worden
vermeld.
7. Onder de technische
voorziening levensverzekering mag de voorziening, bedoeld in artikel 374 lid 4,
onder b, worden opgenomen. In dat geval wordt in de toelichting het bedrag van
de voorziening vermeld.
Artikel 435a
1. In de toelichting
worden mutatieoverzichten opgenomen betreffende:
a. de onder de voorziening voor lopende risico’s
opgenomen catastrofevoorziening;
b. de op de technische voorzieningen in
mindering gebrachte nog af te schrijven post rentestandkortingen;
c. de nog af te schrijven acquisitiekosten;
d. de voorziening voor latente
winstdelingverplichtingen.
2. Uit elk van de in lid
1 bedoelde overzichten blijkt:
a. het bedrag van de post aan het begin van het
boekjaar;
b. de toevoegingen of verminderingen van de post
over het boekjaar, gesplitst naar hun aard;
c. het bedrag van de post aan het einde van het
boekjaar.
3. In de toelichting
worden de grondslagen voor de vorming en waardering van een voorziening voor
latente winstdelingverplichtingen vermeld.
4. Een
verzekeringsmaatschappij met zetel in Nederland die het
levensverzekeringsbedrijf uitoefent, vermeldt in een in de toelichting
opgenomen overzicht de kwantitatieve uitkomst en de gehanteerde grondslagen van
de krachtens de Wet op het financieel toezicht door De Nederlandsche Bank N.V.
voorgeschreven toets op de toereikendheid van de technische voorzieningen.
Artikel 436
1. Onder de schulden
worden afzonderlijk opgenomen:
a. schulden uit verzekeringsovereenkomsten,
anders dan herverzekering;
b. schulden uit herverzekeringsovereenkomsten;
c. obligatieleningen, pandbrieven en andere
leningen met afzonderlijke vermelding van converteerbare leningen;
d. schulden aan banken;
e. overige schulden, met afzonderlijke
vermelding van schulden ter zake van belastingen en premiën sociale
verzekering.
2. Onderscheiden naar
de in lid 1 genoemde groepen, worden aangegeven de schulden aan
groepsmaatschappijen en de schulden aan andere rechtspersonen en
vennootschappen die een deelneming hebben in de verzekeringsmaatschappij of
waarin de verzekeringsmaatschappij een deelneming heeft.
3. Artikel 375 lid 2 is
van toepassing op elke in lid 1 vermelde groep van schulden.
4. Artikel 376 is niet
van toepassing op verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten.
§ 3. Voorschriften omtrent de winst-
en verliesrekening en de toelichting daarop
Artikel 437
1. In deze afdeling
wordt onder de winst- en verliesrekening verstaan: een technische rekening
schadeverzekering, een technische rekening levensverzekering en een
niet-technische rekening. De technische rekeningen worden toegepast naar gelang
van de aard van het bedrijf van de verzekeringsmaatschappij.
2. Een
verzekeringsmaatschappij die uitsluitend herverzekert of die naast
herverzekering het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent, mag de technische
rekeningen toepassen naar gelang de aard van de overeenkomsten die worden
herverzekerd, dan wel uitsluitend de technische rekening schadeverzekering.
Indien uitsluitend de technische rekening schadeverzekering wordt toegepast,
worden afzonderlijk de brutopremies vermeld, onderscheiden naar levensverzekering
en schadeverzekering.
3. Op de technische
rekening schadeverzekering worden afzonderlijk opgenomen de baten en de lasten
uit de gewone uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf en het resultaat
daarvan voor belastingen.
4. Op de technische rekening
levensverzekering worden afzonderlijk opgenomen de baten en de lasten uit de
gewone uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf en het resultaat daarvan
voor belastingen.
5. Op de
niet-technische rekening worden afzonderlijk opgenomen:
a. de resultaten voor belastingen uit de gewone
uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf en het levensverzekeringsbedrijf,
de opbrengsten en lasten uit beleggingen alsmede de niet-gerealiseerde
opbrengsten en verliezen van beleggingen welke niet worden toegewezen aan of
toekomen aan het schade- of levensverzekeringsbedrijf, en de toegerekende
opbrengsten uit beleggingen overgeboekt van of aan de technische rekeningen, de
andere baten en lasten, de belastingen op het resultaat van de gewone
bedrijfsuitoefening, en dit resultaat na belastingen;
b. de buitengewone baten en lasten, de
belastingen daarover en het buitengewone resultaat na belastingen;
c. de overige belastingen;
d. het resultaat na belastingen.
6. Op de niet
gerealiseerde opbrengsten en verliezen van beleggingen is artikel 438 lid 4 van
toepassing.
Artikel 438
1. Afzonderlijk worden
op de technische rekeningen, onder aftrek van herverzekeringsbaten en -lasten,
opgenomen:
a. de verdiende premies;
b. de opbrengsten uit beleggingen;
c. de niet-gerealiseerde opbrengsten van
beleggingen;
d. de overige baten;
e. de schaden of uitkeringen;
f. de toe- of afneming van de technische
voorzieningen die niet onder andere posten moeten worden vermeld;
g. de toe- of afneming van de technische
voorziening voor winstdeling en kortingen;
h. de bedrijfskosten;
i. de lasten in verband met beleggingen;
j. het niet-gerealiseerde verlies van
beleggingen, op de wijze, bedoeld in lid 4;
k. de overige lasten;
l. de aan de niet-technische rekening toe te
rekenen opbrengsten uit beleggingen;
m. de toe- of afneming van de
egalisatievoorziening.
2. Tenzij aan het
schadeverzekeringsbedrijf beleggingen rechtstreeks kunnen worden toegewezen,
worden in de technische rekening schadeverzekering de posten b en c
van lid 1 vervangen door een post die de aan het schadeverzekeringsbedrijf
toegerekende opbrengsten van beleggingen omvat, en vervallen de posten i, j
en l van lid 1. Post m wordt slechts in de technische rekening
schadeverzekering opgenomen.
3. Bij de toerekening
van opbrengsten van beleggingen van het ene deel van de winst- en
verliesrekening aan het andere, worden de reden en de grondslag vermeld.
4. Waardestijgingen van
beleggingen die op de grondslag van de actuele waarde worden gewaardeerd, mogen
in de winst- en verliesrekening in aanmerking worden genomen onder post c
van lid 1 of, indien de uitzondering van het tweede lid zich niet voordoet dan
wel artikel 445 lid 3 wordt toegepast, in de niet-technische rekening. Indien
de eerste volzin toepassing vindt, worden de waardeverminderingen van deze
beleggingen niet als een last in verband met beleggingen overeenkomstig artikel
440 lid 5 onder b verantwoord, maar opgenomen onder post j van lid 1.
Waardestijgingen en waardeverminderingen van de beleggingen, bedoeld in artikel
429 lid 1, onder c, moeten in de winst- en verliesrekening in aanmerking worden
genomen op de wijze als in de eerste twee volzinnen aangegeven.
5. Tenzij toepassing is
gegeven aan de eerste zin van lid 4, worden in het boekjaar gerealiseerde
waardestijgingen van beleggingen die op de grondslag van de actuele waarde
worden gewaardeerd in de winst- en verliesrekening in aanmerking genomen onder
post b van lid 1.
Artikel 439
1. Op de technische en
niet-technische rekeningen worden de volgende posten, naar gelang zij daarop
voorkomen, overeenkomstig de volgende leden uitgesplitst.
2. De verdiende premies
worden uitgesplitst in:
a. de brutopremies die tijdens het boekjaar zijn
vervallen, uitgezonderd de samen met de premies geïnde belastingen of andere
bij of krachtens de wet vereiste bijdragen;
b. de door de verzekeringsmaatschappij betaalde
en verschuldigde herverzekeringspremies, onder aftrek van de bij de aanvang van
het boekjaar verschuldigde herverzekeringspremies;
c. de toe- of afneming van de technische
voorziening voor niet-verdiende premies, alsmede, indien van toepassing, van de
technische voorziening voor lopende risico's;
d. het herverzekeringsdeel van de toe- of
afneming, bedoeld onder c.
3. In de technische
rekening levensverzekering mag de toe- of afneming van de technische
voorziening niet-verdiende premies onderdeel uitmaken van de toe- of afneming
van de technische voorziening levensverzekering en behoeft de uitsplitsing,
bedoeld in lid 2, onder d, niet te worden gemaakt.
4. De schaden dan wel
uitkeringen worden gesplitst in:
a. de voor eigen rekening betaalde schaden of
uitkeringen, met afzonderlijke opneming van de totaal betaalde schaden of
uitkeringen en van het daarin begrepen herverzekeringsdeel;
b. de toe- of afneming van de voorziening voor
te betalen schaden of uitkeringen voor eigen rekening, met afzonderlijke
opneming van het herverzekeringsdeel en van de som van deze beide bedragen.
5. Bij de post toe- of
afneming van de technische voorzieningen die niet onder andere posten moet
worden vermeld, wordt afzonderlijk opgenomen:
a. de toe- of afneming van de technische
voorziening voor levensverzekering voor eigen rekening met afzonderlijke
opneming van het herverzekeringsdeel en van de som van beide bedragen;
b. de toe- of afneming van de overige technische
voorzieningen.
6. Tenzij de cumulatieve
uitloop over de drie voorgaande boekjaren en de uitloop in het boekjaar telkens
minder bedraagt dan tien procent van het resultaat van de technische rekening
van het desbetreffende boekjaar, worden in de toelichting in een overzicht per
branchegroep vermeld de aard en omvang van de uitloop in het boekjaar van de
ten laste van de drie voorgaande boekjaren gevormde voorzieningen voor te
betalen schaden of uitkeringen. In dit overzicht worden tevens per branchegroep
vermeld de aard en omvang van de totale uitloop in het boekjaar van de ten
laste van het vierde voorgaande boekjaar en de boekjaren daarvoor gevormde
voorzieningen voor te betalen schaden of uitkeringen. In dit overzicht wordt
het effect van toegepaste discontering aangegeven.
Artikel 440
1. Bij de bedrijfskosten
worden afzonderlijk vermeld:
a. de acquisitiekosten;
b. de toe- of afneming van de overlopende
acquisitiekosten;
c. de beheerskosten, de personeelskosten en de
afschrijvingen op bedrijfsmiddelen, voor zover deze niet onder de
acquisitiekosten, de schaden of de lasten in verband met beleggingen zijn
opgenomen;
d. de op de bedrijfskosten in mindering
gebrachte provisie en winstdeling die ter zake van
herverzekeringsovereenkomsten is ontvangen.
2. Als acquisitiekosten
worden aangemerkt de middellijk of onmiddellijk met het sluiten van verzekeringsovereenkomsten
samenhangende kosten.
3. Bij de opbrengsten
uit beleggingen worden afzonderlijk vermeld:
a. de opbrengsten uit deelnemingen;
b. de opbrengsten uit andere beleggingen,
gesplitst naar opbrengsten uit terreinen en gebouwen en uit de overige
beleggingen;
c. de terugnemingen van de waardeverminderingen
van beleggingen, voor zover niet in de herwaarderingsreserve opgenomen;
d. de opbrengsten bij verkoop van beleggingen.
4. Onderscheiden naar
de in lid 3 onder a en b genoemde groepen worden de opbrengsten
uit de verhouding met groepsmaatschappijen aangegeven.
5. Bij de lasten in
verband met beleggingen worden afzonderlijk vermeld:
a. de kosten in verband met het beheer van
beleggingen, met inbegrip van de rentekosten;
b. de waardeverminderingen van beleggingen, voor
zover niet aan de herwaarderingsreserve onttrokken, alsmede de afschrijvingen
op beleggingen;
c. het verlies bij verkoop van beleggingen.
6. Het bedrag van de
winstdeling en dat van de kortingen worden in de toelichting opgenomen.
§ 2a. Het overzicht van de
samenstelling van het totaalresultaat
Artikel 440a
In aansluiting op de winst- en
verliesrekening wordt een overzicht van de samenstelling van het
totaalresultaat opgenomen. Het totaalresultaat is gelijk aan het verschil in
eigen vermogen tussen de balans aan het begin van het boekjaar en de balans aan
het eind van het boekjaar, gecorrigeerd voor kapitaalstortingen en
kapitaalonttrekkingen.
§ 4. Bijzondere voorschriften omtrent
de toelichting
Artikel 441
1. Artikel 380 is niet
van toepassing.
2. Een
verzekeringsmaatschappij die het schadeverzekerings- of
schadeherverzekeringsbedrijf uitoefent, vermeldt in een overzicht de volgende
gegevens, waarin het herverzekeringsdeel is begrepen:
a. de geboekte premies;
b. de verdiende premies;
c. de schaden;
d. de bedrijfskosten; en
e. de som van de herverzekeringsbaten- en
lasten.
3. Deze gegevens worden
gesplitst naar schadeverzekering en herverzekering, indien ten minste een
tiende deel van de geboekte premies uit herverzekeringsovereenkomsten afkomstig
is.
4. De gegevens met
betrekking tot schadeverzekering worden onderscheiden naar de volgende groepen:
a. ongevallen en ziekte;
b. wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen;
c. motorrijtuigen overig;
d. zee-, transport- en luchtvaartverzekering;
e. brand en andere schade aan zaken;
f. algemene aansprakelijkheid, met uitzondering
van de wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen en van de aansprakelijkheid
voor zee, transport en luchtvaart;
g. krediet en borgtocht;
h. rechtsbijstand;
i. hulpverlening; en
j. diverse geldelijke verliezen,
indien
de geboekte premies voor een groep meer dan € 10 000 000 bedragen. De
verzekeringsmaatschappij vermeldt ten minste de gegevens van haar drie
belangrijkste groepen.
5. Een
verzekeringsmaatschappij die het levensverzekerings- of
levensherverzekeringsbedrijf uitoefent, vermeldt in een overzicht de geboekte
premies, met inbegrip van het herverzekeringsdeel, en het saldo van de
herverzekeringsbaten en -lasten. De geboekte premies worden gesplitst naar
levensverzekering en herverzekering, indien ten minste een tiende deel van de
geboekte premies uit herverzekeringsovereenkomsten afkomstig is.
6. De geboekte premies
levensverzekering worden onderscheiden naar:
a. premies uit collectieve
verzekeringsovereenkomsten en die uit individuele overeenkomsten;
b. koopsommen en weerkerende betalingen; en
c. premies van overeenkomsten waarbij de tot
uitkering gerechtigde het beleggingsrisico draagt, van overeenkomsten met en
van overeenkomsten zonder winstdeling;
een
onder a, b of c vermelde categorie die een tiende gedeelte of
minder bedraagt van het totaal van de geboekte premies behoeft niet te worden
vermeld.
7. Vermeld wordt het
bedrag van de premies, met inbegrip van het herverzekeringsdeel, die zijn
geboekt op verzekeringsovereenkomsten gesloten vanuit:
a. Nederland;
b. het overige grondgebied van de Europese
Gemeenschappen; en
c. de landen daarbuiten,
telkens
indien dat bedrag groter is dan het twintigste deel van het totaal van de
geboekte premies.
8. Opgegeven wordt het
bedrag van de betaalde en verschuldigde provisies, ongeacht de aard van de
provisie.
9. In de toelichting
wordt vermeld:
a. het bedrag van de solvabiliteit waarover de
verzekeringsmaatschappij tenminste moet beschikken;
b. het bedrag van de solvabiliteit dat het
bestuur van de verzekeringsmaatschappij noodzakelijk acht;
c. het bedrag van de aanwezige solvabiliteit.
§ 5. Bijzondere voorschriften omtrent
de grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat
Artikel 442
1. Als actuele waarde
van de beleggingen komt slechts in aanmerking de marktwaarde overeenkomstig de
regels gesteld bij algemene maatregel van bestuur, onverminderd het bepaalde in
artikel 389.
2. De beleggingen
waarbij de tot uitkering gerechtigde het beleggingsrisico draagt, alsmede
spaarkasbeleggingen worden gewaardeerd op de grondslag van de actuele waarde.
3. Voor elk der posten
behorende tot de beleggingen die op de balansdatum aanwezig zijn, wordt de
verkrijgings- of vervaardigingsprijs opgegeven, indien de waardering op de
grondslag van de actuele waarde geschiedt.
4. Indien beleggingen
in terreinen en gebouwen op de grondslag van de actuele waarde worden
gewaardeerd, behoeft artikel 386 lid 4 niet te worden toegepast. Indien het
beleggingen in terreinen en gebouwen in eigen gebruik betreft, wordt in de
toelichting op de winst- en verliesrekening het bedrag van de aan deze
beleggingen toegerekende opbrengst aangegeven alsmede het toegerekende bedrag
van de huisvestingskosten.
5. De beleggingen,
bedoeld in artikel 430 lid 4, onder a, waaronder de beleggingen in
converteerbare obligaties en afgeleide financiële instrumenten, voor zover niet
bedoeld in artikel 384 lid 8, worden op de grondslag van de actuele waarde
gewaardeerd.
Artikel 443
1. Waardepapieren met
een vaste rente of van de rentestand afhankelijke rente die tot de beleggingen
behoren, worden op de grondslag van de actuele waarde of tegen de
aflossingswaarde gewaardeerd, onverminderd de toepassing van artikel 387 lid 4.
Indien deze waardepapieren geen aflossingswaarde kennen, worden zij op
grondslag van de actuele waarde of tegen de verkrijgingsprijs gewaardeerd,
onverminderd de toepassing van artikel 387 lid 4.
2. Indien deze waardepapieren
tegen aflossingswaarde op de balans worden opgenomen, wordt het verschil tussen
de verkrijgingsprijs en de aflossingswaarde vermeld en over de jaren sinds de
aanschaf gespreid als resultaat verantwoord. Het verschil mag ook in één keer
als resultaat worden verantwoord, indien de verkrijgingsprijs hoger was dan de
aflossingswaarde.
3. [Vervallen.]
4. De vorderingen uit
leningen voor welke zakelijke zekerheid is gesteld en de andere vorderingen uit
leningen, bedoeld in artikel 430 lid 4, onder d en e, mogen eveneens tegen
aflossingswaarde worden gewaardeerd.
Artikel 444
1. De technische
voorzieningen worden gewaardeerd op voor de bedrijfstak aanvaardbare
grondslagen. Bij de waardering van de technische voorzieningen wordt ervan
uitgegaan dat de verzekeringsmaatschappij in staat moet zijn te voldoen aan
haar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid voorzienbare
verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten. De bepaling van de technische
voorziening voor levensverzekering en van die voor periodiek te betalen schaden
of uitkeringen geschiedt door terzake deskundigen.
2. Ten behoeve van
financiële ondernemingen met zetel in Nederland die herverzekeraar zijn als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en geen vergunning
hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar als bedoeld in
artikel 1:1 van die wet, worden bij algemene maatregel van bestuur regels
gesteld omtrent de waardering van de technische voorziening voor te betalen
schade.
Artikel 444a [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
1. De door een
verzekeringsmaatschappij aan te houden voorziening voor niet-verdiende premies
en lopende risico’s, waaronder de catastrofevoorziening indien deze is
getroffen, omvat onder meer:
a. De in het boekjaar ontvangen premies ter zake
van risico’s die op het daarop volgende boekjaar of boekjaren betrekking
hebben; en
b. De schaden en kosten uit lopende
verzekeringen die na afloop van het boekjaar kunnen ontstaan en die niet gedekt
kunnen worden door de voorziening die betrekking heeft op de niet-verdiende
premies tezamen met de in het daarop volgende boekjaar of boekjaren nog te
ontvangen premies.
2. De voorziening voor
niet-verdiende premies wordt voor elke schadeverzekering afzonderlijk en op
voorzichtige wijze bepaald. Het gebruik van statistische of wiskundige methoden
is toegestaan indien de aard van de verzekering dat toelaat en indien deze
methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke
berekeningen.
Artikel 444b [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
1. De door een
verzekeringsmaatschappij aan te houden voorziening voor levensverzekeringen
wordt berekend op basis van een voldoende voorzichtige prospectieve actuariële
methode, rekening houdend met de in de toekomst te ontvangen premies en met
alle toekomstige verplichtingen volgens de voor iedere lopende
levensverzekering gestelde voorwaarden.
2. In afwijking van het
eerste lid kan een retrospectieve methode worden toegepast indien de op grond
van die methode berekende technische voorzieningen niet lager zijn dan de
voorzieningen bij toepassing van een prospectieve methode of indien het gebruik
van een prospectieve methode vanwege de aard van het betrokken type
levensverzekering niet mogelijk is.
Artikel 444c [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
1. De door een
verzekeringsmaatschappij aan te houden voorziening voor te betalen schaden of
voor te betalen uitkeringen omvat het bedrag van de te verwachten schaden, in
aanmerking nemende:
a. de voor de balansdatum ontstane schaden of
verplichtingen tot uitkering die zijn gemeld en nog niet zijn afgewikkeld en de
voor de balansdatum ontstane schaden of verplichtingen tot uitkering die nog
niet zijn gemeld;
b. de kosten die verband houden met de
afwikkeling van schaden of uitkeringen; en
c. de in verband met schaden of uitkeringen te
verwachten baten uit subrogatie en uit de verkrijging van de eigendom van
verzekerde zaken.
2. Artikel 435a, lid 2,
is van overeenkomstige toepassing. In geval van periodiek te betalen
uitkeringen geschiedt de bepaling volgens erkende actuariële methoden.
3. Discontering van de
voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen, anders dan
periodieke uitkeringen, is slechts toegestaan indien de afwikkeling van de
schaden ten minste vier jaren na het tijdstip van het opmaken van de
jaarrekening zal duren en deze afwikkeling geschiedt volgens een betrouwbaar
schade-afwikkelingsschema, waarin mede rekening wordt gehouden met alle
factoren die de kosten van afwikkeling van de schade verhogen. Indien de
voorziening voor te betalen schaden of te betalen uitkeringen wordt verminderd
ten gevolge van discontering van te betalen schaden worden in de toelichting op
de balans het bedrag van de voorziening voor discontering en de gebruikte
methode van discontering vermeld.
4. Met betrekking tot
een communautaire co-assurantie zijn de voorzieningen voor te betalen schaden
of voor te betalen uitkeringen verhoudingsgewijs ten minste gelijk aan die
welke de co-assuradeur die als eerste verzekeraar optreedt, aanhoudt volgens de
regels of gebruiken die gelden in de lidstaat van waaruit de eerste
verzekeringsmaatschappij zijn verplichtingen uit hoofde van de communautaire
co-assurantie is aangegaan.
Artikel 444d [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
De voorziening voor winstdeling en
kortingen van een verzekeringsmaatschappij omvat de bedragen die in de vorm van
winstdeling bestemd zijn voor de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden
op uitkeringen, voor zover deze niet hebben geleid tot verhoging van de
voorziening voor levensverzekering, alsmede de bedragen die een gedeeltelijke
terugbetaling van premies op grond van het resultaat van de verzekeringen
vertegenwoordigen, voor zover deze niet tot verhoging van de ledenrekening
hebben geleid.
§ 6. Bijzondere bepalingen voor de
geconsolideerde jaarrekening
Artikel 445
1. Maatschappijen die
geen verzekeringsmaatschappij zijn en die in de geconsolideerde jaarrekening
van een verzekeringsmaatschappij worden opgenomen, worden verantwoord
overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen.
2. De
groepsmaatschappij aan het hoofd van de groep die de gegevens consolideert van
een groep of een groepsdeel, welke geen of nagenoeg geen andere werkzaamheid
heeft dan de uitoefening van het verzekeringsbedrijf, wordt in de
geconsolideerde jaarrekening opgenomen overeenkomstig de voorschriften voor
verzekeringsmaatschappijen. Dit geldt slechts, indien deze groepsmaatschappij
geen of nagenoeg geen andere werkzaamheid heeft dan het beheren en financieren
van groepsmaatschappijen en deelnemingen.
3. In een
geconsolideerde winst- en verliesrekening die zowel schade- als
levensverzekeringsmaatschappijen betreft, mogen alle opbrengsten van
beleggingen in de niet-technische rekening worden opgenomen. Zowel in de
technische rekening schadeverzekering als in de technische rekening
levensverzekering vervallen dan de posten i, j en l van
artikel 438 lid 1 en worden de posten b en c dan artikel 438 lid
1 vervangen door een post die onderscheidenlijk de aan de technische rekening
schadeverzekering en levensverzekering toegerekende opbrengsten van beleggingen
omvat.
4. Artikel 407 lid 2 is
niet van toepassing.
Artikel 446
1. Winsten en verliezen
die voortvloeien uit overeenkomsten tussen in de consolidatie opgenomen
maatschappijen behoeven niet te worden geëlimineerd, indien de overeenkomsten
op basis van marktvoorwaarden zijn aangegaan en daaruit ten gunste van tot
uitkering gerechtigden rechten voortvloeien. De toepassing van deze
uitzondering wordt vermeld, alsmede de invloed daarvan op het vermogen en
resultaat, tenzij deze invloed van ondergeschikte betekenis is.
2. De termijn van drie
maanden, bedoeld in artikel 412 lid 2, wordt verlengd tot zes maanden voor in
de geconsolideerde jaarrekening op te nemen gegevens ter zake van
herverzekering.
3. Indien een
buitenlandse verzekeringsmaatschappij deel uitmaakt van de groep, mogen de
technische voorzieningen van deze maatschappij in de consolidatie worden
opgenomen overeenkomstig de waarderingsvoorschriften van haar recht, voor zover
dat recht afwijking van die voorschriften niet toestaat. Het gemaakte gebruik
van de uitzondering wordt in de toelichting vermeld.
4. Het derde lid is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beleggingen waarbij de tot
uitkering gerechtigde het beleggingsrisico draagt en ten aanzien van de
spaarkasbeleggingen.
Afdeling 16. Rechtspleging
Artikel 447
1. Op verzoek van
degenen die krachtens artikel 448 daartoe bevoegd zijn, kan de
ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam aan een rechtspersoon of
vennootschap als bedoeld in artikel 360 waarop deze titel van toepassing is,
een statutair in Nederland gevestigde effectenuitgevende instelling als bedoeld
in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving of een
beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht bevelen de jaarrekening, het jaarverslag of de daaraan toe te voegen overige
gegevens in te richten overeenkomstig door haar te geven aanwijzingen.
2. Het verzoek kan
slechts worden ingediend op de grond dat de verzoeker van oordeel is dat de in
het eerste lid bedoelde stukken niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 3
van verordening (EG) 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale
standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243), deze titel, onderscheidenlijk de
Wet op het financieel toezicht gestelde voorschriften. Het verzoekschrift
vermeldt in welk opzicht de stukken herziening behoeven.
3. Het verzoek heeft
geen betrekking op een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393 lid 5.
Artikel 448
1. Tot het indienen van
het in artikel 447 bedoelde verzoek is bevoegd:
a. iedere belanghebbende;
b. de advocaat-generaal bij het ressortsparket
in het openbaar belang.
2. Tot het indienen van
het verzoek is voorts bevoegd de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor
zover het stukken betreft die betrekking hebben op een effectenuitgevende
instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht
financiële verslaggeving en met inachtneming van het in artikel 4 van die wet
bepaalde.
Artikel 449
1. Het in artikel 447
bedoelde verzoek wordt ingediend binnen twee maanden na de dag waarop de
jaarrekening is vastgesteld. Indien het in artikel 447 bedoelde verzoek wordt
gedaan ten aanzien van een effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel
1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bedraagt de in de
eerste volzin bedoelde termijn negen maanden.
2. Het verzoek omtrent
de jaarrekening die niet is vastgesteld, kan worden gedaan tot twee maanden of,
voor zover het een effectenuitgevende instelling betreft als bedoeld in artikel
1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving, negen maanden na
de dag der nederlegging van de jaarrekening ten kantore van het
handelsregister. Indien na de dag der nederlegging de jaarrekening alsnog wordt
vastgesteld, dan eindigt de termijn twee maanden of, voor zover het een
effectenuitgevende instelling betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel b,
van de Wet toezicht financiële verslaggeving, negen maanden na de dag waarop
uit een neergelegde mededeling of uit de neergelegde jaarrekening blijkt van
die vaststelling.
3. Indien een bericht
als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet toezicht financiële
verslaggeving algemeen verkrijgbaar is gesteld, dan eindigt de termijn twee
maanden na de dag waarop dit bericht algemeen verkrijgbaar is gesteld op de bij
of krachtens dat artikel voorgeschreven wijze, doch niet eerder dan de
termijnen, bedoeld lid 1 en lid 2.
4. Ter zake van
tekortkomingen die niet uit de stukken blijken, eindigt de termijn twee maanden
of, voor zover het een effectenuitgevende instelling betreft als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving, negen
maanden na de dag waarop de indiener van het verzoek daarvan in redelijkheid
niet meer onkundig kon zijn, maar uiterlijk twee jaar na verloop van de termijn
ingevolge de vorige leden.
Artikel 450
1. De ondernemingskamer
behandelt het in artikel 447 bedoelde verzoek met de meeste spoed. De zaak zal
met gesloten deuren worden behandeld; de uitspraak geschiedt in het openbaar.
2. Bij de bepaling van
de dag waarop de behandeling aanvangt bepaalt de ondernemingskamer tevens een
termijn waarbinnen de rechtpersoon, vennootschap, effectenuitgevende instelling
of beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 447, lid 1, waarop het verzoek
betrekking heeft, een verweerschrift kan indienen.
3. Onverminderd de leden
4 tot en met 8 worden andere belanghebbenden dan de rechtpersoon, vennootschap,
effectenuitgevende instelling of beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 447,
lid 1, waarop het verzoek betrekking heeft, niet opgeroepen en kunnen zij geen
verweerschrift indienen.
4. Indien het verzoek
wordt gedaan ten aanzien van een effectenuitgevende instelling als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving en het
verzoek niet is gedaan door de Stichting Autoriteit Financiële Markten, wordt
deze in de gelegenheid gesteld te worden gehoord over de in het verzoek
genoemde onderwerpen en, indien artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke
rechtsvordering toepassing heeft gevonden, in de gelegenheid gesteld haar
mening over het deskundigenbericht aan de ondernemingskamer kenbaar te maken.
5. De ondernemingskamer
beslist niet dan nadat zij de accountant die met het onderzoek van de
jaarrekening is belast geweest, in de gelegenheid heeft gesteld te worden
gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen.
6. De ondernemingskamer
geeft, indien het verzoek wordt gedaan ten aanzien van een verzekeraar of bank
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, geen
beslissing zonder dat De Nederlandsche Bank N.V. in de gelegenheid is gesteld
te worden gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen.
7. De ondernemingskamer
geeft, indien het verzoek wordt gedaan ten aanzien van een
beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht, geen beslissing zonder De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting
Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid te hebben gesteld te worden
gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen.
8. De ondernemingskamer
geeft, indien het verzoek wordt gedaan ten aanzien van een beleggingsinstelling
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, geen
beslissing zonder De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit
Financiële Markten in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord over
de in het verzoek genoemde onderwerpen.
Artikel 451
1. Indien de
ondernemingskamer het in artikel 447 bedoelde verzoek toewijst, geeft zij aan
de rechtspersoon, vennootschap, of instelling een bevel omtrent de wijze waarop
deze de jaarrekening, het jaarverslag of de overige gegevens moet inrichten.
Het bevel bevat daaromtrent nauwkeurige aanwijzingen.
2. De rechtspersoon,
vennootschap of instelling is verplicht de stukken met inachtneming van het
bevel op te maken en voor zover het de jaarrekening betreft, te besluiten
omtrent de vaststelling.
3. De ondernemingskamer
kan, ook ambtshalve, beslissen dat het bevel mede of uitsluitend een of meer
toekomstige stukken betreft.
4. Indien het bevel
betrekking heeft op de jaarrekening waarop het verzoek ziet, kan de ondernemingskamer
het besluit tot vaststelling van die jaarrekening vernietigen. De
ondernemingskamer kan de gevolgen van de vernietiging beperken.
5. Op verzoek van de
rechtspersoon, vennootschap of instelling kan de ondernemingskamer wegens
wijziging van omstandigheden haar bevel, voor zover dit betrekking heeft op
toekomstige stukken, intrekken. Zij beslist niet dan na degene op wiens verzoek
het bevel is gegeven in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.
Artikel 452
1. Op verzoek van de
Stichting Autoriteit Financiële Markten kan de ondernemingskamer van het
gerechthof te Amsterdam een effectenuitgevende instelling als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bevelen
aan de verzoeker een nadere toelichting omtrent de toepassing van de bij of
krachtens artikel 3 van verordening (EG) 1606/2002 van het Europees Parlement
en Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van
internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243), deze titel, of de
artikelen 5:25c, tweede, vierde of vijfde lid, 5:25d, tweede of vierde tot en
met tiende lid, of artikel 5:25v, eerste lid, van de Wet op het financieel
toezicht geldende voorschriften in de financiële verslaggeving als bedoeld in
artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht financiële verslaggeving te
verschaffen.
2. Het verzoek wordt met
redenen omkleed en kan, met inachtneming van het in de artikelen 2 tot en met 4
van de Wet toezicht financiële verslaggeving bepaalde, worden gedaan tot negen
maanden na:
a. de dag van toezending aan de Stichting
Autoriteit Financiële Markten van de in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 2° en
3°, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bedoelde stukken op grond van
artikel 5:25o, eerste en vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht;
b. de dag van toezending aan de Stichting
Autoriteit Financiële Markten van de in artikel 1, onderdeel d, onder 4° tot en
met 7°, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bedoelde stukken op grond
van artikel 5:25m, zesde lid, van de Wet op het financieel toezicht;
c. de dag waarop de jaarrekening is openbaar
gemaakt, bedoeld in artikel 394 lid 1, indien het een effectenuitgevende
instelling betreft met statutaire zetel in Nederland, waarvan effecten alleen
zijn toegelaten tot de handel op een met een gereglementeerde markt
vergelijkbaar systeem in een staat die geen lidstaat is.
3. De leden 1 en 2 van
artikel 450 zijn van overeenkomstige toepassing. Andere belanghebbenden dan de
rechtpersoon, vennootschap, effectenuitgevende instelling of
beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 447, lid 1, waarop het verzoek
betrekking heeft, worden niet opgeroepen en kunnen geen verweerschrift
indienen.
4. Indien de
ondernemingskamer het verzoek toewijst, kan zij aan de effectenuitgevende
instelling een bevel geven omtrent de wijze waarop deze een nadere toelichting
omtrent de toepassing van de in het eerste lid bedoeld voorschriften verschaft.
De effectenuitgevende instelling is verplicht met inachtneming van het bevel de
nadere toelichting te verschaffen.
5. De ondernemingskamer
kan bepalen dat, indien of zolang de effectenuitgevende instelling niet voldoet
aan het bevel, de effectenuitgevende instelling aan de Stichting Autoriteit
Financiële Markten een door de ondernemingskamer vast te stellen dwangsom
verbeurt. De artikelen 611a tot en met 611i van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 453
1. De griffier van de
ondernemingskamer doet ten kantore van het handelsregister een afschrift van de
beschikking van de ondernemingskamer neerleggen. Indien de beschikking
betrekking heeft op een effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving verstrekt de griffier
van de ondernemingskamer voorts een afschrift van de beschikking aan de
Stichting Autoriteit Financiële Markten. Afschriften van beschikkingen die niet
voorlopig ten uitvoer kunnen worden gelegd, worden nedergelegd zodra zij in
kracht van gewijsde zijn gegaan.
2. Tot het instellen van
beroep in cassatie tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer uit hoofde
van deze titel is, buiten de personen, bedoeld in het eerste lid van artikel
426 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bevoegd de rechtspersoon,
vennootschap of instelling ten aanzien waarvan de ondernemingskamer een
beschikking heeft genomen, ongeacht of deze bij de ondernemingskamer is
verschenen.
Artikel 454
1. Op verzoek van de
Stichting Autoriteit Financiële Markten kan de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam aan een effectenuitgevende instelling als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bevelen
een bericht als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet toezicht
financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar te stellen.
2. De Stichting
Autoriteit Financiële Markten kan het verzoek slechts indienen op de grond dat
de financiële verslaggeving als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet
toezicht financiële verslaggeving niet voldoet aan de daaraan ingevolgde
artikel 3 van verordening (EG) 1606/2002 van het Europees Parlement en Raad van
de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale
standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243), deze titel, of de artikelen
5:25c, tweede, vierde of vijfde lid, 5:25d, tweede of vierde tot en met tiende
lid, of artikel 5:25v, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht
gestelde voorschriften. Het verzoekschrift vermeldt in welk opzicht de
financiële verslaggeving als bedoeld in de vorige volzin niet voldoet.
3. Het verzoek heeft
geen betrekking op de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 5:25c,
vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
4. Het verzoek kan
worden gedaan tot negen maanden na:
a. de dag van toezending aan de Stichting
Autoriteit Financiële Markten van de in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 2° en
3°, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bedoelde stukken op grond van
artikel 5:25o, eerste en vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht;
b. de dag van toezending aan de Stichting
Autoriteit Financiële Markten van de in artikel 1, onderdeel d, onder 4° tot en
met 7°, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bedoelde stukken op grond
van artikel 5:25m, zesde lid, van de Wet op het financieel toezicht;
c. de dag waarop de jaarrekening is openbaar
gemaakt, bedoeld in artikel 394 lid 1, indien het een effectenuitgevende
instelling betreft met statutaire zetel in Nederland, waarvan effecten alleen
zijn toegelaten tot de handel op een met een gereglementeerde markt
vergelijkbaar systeem in een staat die geen lidstaat is.
De
leden 3 en 4 van artikel 449 zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Op de behandeling van
het verzoek door de ondernemingskamer zijn de leden 1 tot en met 3 en 5 tot en
met 7 van artikel 450 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 455
1. Indien de
ondernemingskamer het in artikel 454 bedoelde verzoek toewijst, geeft zij de
effectenuitgevende instelling een bevel om binnen een door de ondernemingskamer
te stellen termijn in een openbare mededeling uit te leggen:
a. op welke wijze de in artikel 454, lid 2,
bedoelde voorschriften in de toekomst zullen worden toegepast en de gevolgen
daarvan voor de financiële verslaggeving te beschrijven; of
b. op welke onderdelen de financiële
verslaggeving niet voldoet aan de in artikel 454, lid 2, bedoelde voorschriften
en de gevolgen daarvan voor de financiële verslaggeving te beschrijven. Het
bevel bevat daartoe nauwkeurige aanwijzingen.
2. De effectenuitgevende
instelling is verplicht met inachtneming van het bevel de openbare mededeling
te doen.
3. Op verzoek van de
effectenuitgevende instelling kan de ondernemingskamer wegens wijziging van
omstandigheden haar bevel voor zover dit betrekking heeft op toekomstige
stukken intrekken. De ondernemingskamer beslist niet dan na de Stichting
Autoriteit Financiële Markten te hebben gehoord.
4. Indien de beschikking
betrekking heeft op een naar het recht van een andere staat opgerichte
effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°,
van de Wet toezicht financiële verslaggeving verstrekt de griffier van de
ondernemingskamer een afschrift van de beschikking aan de Stichting Autoriteit
Financiële Markten.
5. De artikelen 452 lid
5 en 453 lid 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten