Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 9. De jaarrekening en het jaarverslag
Afdeling 12. Bepalingen omtrent rechtspersonen van onderscheiden aard
Artikel 399 [Vervallen per 15-10-1993]
Artikel 400
Onze Minister van Financiën kan
financiële instellingen die geen bank als bedoeld in artikel 415 zijn, op haar
verzoek al dan niet onder voorwaarden toestaan afdeling 14, met uitzondering
van artikel 424, toe te passen.
Artikel 401
1. Een beheerder van een
beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, een beleggingsmaatschappij en
een maatschappij voor collectieve belegging in effecten waarop het Deel
Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht
van toepassing is, moeten in aanvulling op de bepalingen van deze titel tevens
voldoen aan de vereisten voor zijn onderscheidenlijk haar jaarrekening, gesteld
bij of krachtens die wet. Voor deze beheerder van een beleggingsinstelling,
beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij en maatschappij voor collectieve
belegging in effecten kan bij of krachtens die wet van de artikelen 394, lid 2,
3 of 4, en 403 worden afgeweken.
2. De beleggingen van
een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in
effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht mogen
tegen marktwaarde worden gewaardeerd. Nadelige koersverschillen ten opzichte
van de voorafgaande balansdatum behoeven niet ten laste van de winst- en
verliesrekening te worden gebracht, mits zij op de reserves worden afgeboekt;
voordelige koersverschillen mogen op de reserves worden bijgeboekt. De bedragen
worden in de balans of in de toelichting vermeld.
3. Op een
beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is artikel 378 lid 3, tweede
zin, niet van toepassing.
Artikel 402
Zijn de financiële gegevens van een
rechtspersoon verwerkt in zijn geconsolideerde jaarrekening, dan behoeft in de
eigen winst- en verliesrekening slechts het resultaat uit deelnemingen na
aftrek van de belastingen daarover als afzonderlijke post te worden vermeld. In
de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening wordt de toepassing van de
vorige zin meegedeeld.
Artikel 403
1. Een tot een groep
behorende rechtspersoon behoeft de jaarrekening niet overeenkomstig de
voorschriften van deze titel in te richten, mits:
a. de balans in elk geval vermeldt de som van de
vaste activa, de som van de vlottende activa, en het bedrag van het eigen
vermogen, van de voorzieningen en van de schulden, en de winst- en
verliesrekening in elk geval vermeldt het resultaat uit de gewone
bedrijfsuitoefening en het saldo der overige baten en lasten, een en ander na
belastingen;
b. de leden of aandeelhouders na de aanvang van
het boekjaar en voor de vaststelling van de jaarrekening schriftelijk hebben
verklaard met afwijking van de voorschriften in te stemmen;
c. de financiële gegevens van de rechtspersoon
door een andere rechtspersoon of vennootschap zijn geconsolideerd in een
geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de
verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van
internationale standaarden voor jaarrekeningen, de zevende richtlijn van de Raad
van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht of een der beide
richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de
jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële
instellingen dan wel van verzekeringsondernemingen van toepassing is;
d. de geconsolideerde jaarrekening, voor zover
niet gesteld of vertaald in het Nederlands, is gesteld of vertaald in het
Frans, Duits of Engels;
e. de accountantsverklaring en het jaarverslag,
zijn gesteld of vertaald in de zelfde taal als de geconsolideerde jaarrekening;
f. de onder c bedoelde rechtspersoon of
vennootschap schriftelijk heeft verklaard zich hoofdelijk aansprakelijk te
stellen voor de uit rechtshandelingen van de rechtspersoon voortvloeiende schulden;
en
g. de verklaringen, bedoeld in de onderdelen b
en f zijn neergelegd ten kantore van het handelsregister alsmede, telkens
binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde
latere openbaarmaking, de stukken of vertalingen, genoemd in de onderdelen d en
e.
2. Zijn in de groep of
het groepsdeel waarvan de gegevens in de geconsolideerde jaarrekening zijn
opgenomen, de in lid 1 onder f bedoelde rechtspersoon of vennootschap en
een andere nevengeschikt, dan is lid 1 slechts van toepassing, indien ook deze
andere rechtspersoon of vennootschap een verklaring van aansprakelijkstelling
heeft afgelegd; in dat geval zijn lid 1 onder g en artikel 404 van
overeenkomstige toepassing.
3. Voor een
rechtspersoon waarop lid 1 van toepassing is, gelden de artikelen 391 tot en
met 394 niet.
4. Indien de tot de
groep behorende rechtspersoon een bank als bedoeld in artikel 415 is, vermeldt
de balans in afwijking van lid 1, onder a, in elk geval de som van de
activa en van de passiva en het bedrag van het eigen vermogen en vermeldt de
winst- en verliesrekening in elk geval het resultaat uit de gewone
bedrijfsuitoefening, het bedrag der belastingen en het saldo der overige baten
en lasten.
5. Indien de tot de
groep behorende rechtspersoon een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in
artikel 427 is, vermeldt de balans in afwijking van lid 1, onder a, in
elk geval de som van de beleggingen en van de vorderingen, en het bedrag van
het eigen vermogen, van de technische voorzieningen en van de schulden, en
bestaat de winst- en verliesrekening in elk geval uit de niet-technische
rekening, waarop ten minste worden vermeld de resultaten voor belastingen uit
de gewone uitoefening van het schade- en levensverzekeringsbedrijf, het saldo
der overige baten en lasten en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening
na belastingen.
Artikel 404
1. Een in artikel 403
bedoelde aansprakelijkstelling kan worden ingetrokken door nederlegging van een
daartoe strekkende verklaring ten kantore van het handelsregister.
2. Niettemin blijft de
aansprakelijkheid bestaan voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen
welke zijn verricht voordat jegens de schuldeiser een beroep op de intrekking
kan worden gedaan.
3. De overblijvende
aansprakelijkheid wordt ten opzichte van de schuldeiser beëindigd, indien de
volgende voorwaarden zijn vervuld:
a. de rechtspersoon behoort niet meer tot de
groep;
b. een mededeling van het voornemen tot
beëindiging heeft ten minste twee maanden lang ter inzage gelegen ten kantore
van het handelsregister;
c. ten minste twee maanden zijn verlopen na de
aankondiging in een landelijk verspreid dagblad dat en waar de mededeling ter
inzage ligt;
d. tegen het voornemen heeft de schuldeiser niet
tijdig verzet gedaan of zijn verzet is ingetrokken dan wel bij onherroepelijke
rechterlijke uitspraak ongegrond verklaard.
4. Indien de
schuldeiser dit verlangt moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet
als bedoeld in lid 5, voor hem zekerheid worden gesteld of hem een andere
waarborg worden gegeven voor de voldoening van zijn vorderingen waarvoor nog
aansprakelijkheid loopt. Dit geldt niet, indien hij na het beëindigen van de
aansprakelijkheid, gezien de vermogenstoestand van de rechtspersoon of uit
anderen hoofde, voldoende waarborgen heeft dat deze vorderingen zullen worden
voldaan.
5. Tot twee maanden na
de aankondiging kan de schuldeiser voor wiens vordering nog aansprakelijkheid
loopt, tegen het voornemen tot beëindiging verzet doen door een verzoekschrift
aan de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon die hoofdschuldenaar
is.
6. De rechter verklaart het verzet slechts
gegrond nadat een door hem omschreven termijn om een door hem omschreven
waarborg te geven is verlopen, zonder dat deze is gegeven. 404a [Vervallen per 25-11-1988]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten