Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 9. De jaarrekening en het jaarverslag
Afdeling 3. Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop
Titel 9. De jaarrekening en het jaarverslag
Afdeling 3. Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop
§ 1. Hoofdindeling van de balans
Artikel 364
1. Op de balans worden
de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn
bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de rechtspersoon al of niet
duurzaam te dienen.
2. Onder de vaste
activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële
vaste activa.
3. Onder de vlottende
activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten,
liquide middelen, en, voor zover zij niet onder de vorderingen zijn vermeld, de
overlopende activa.
4. Onder de passiva
worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de schulden
en, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld, de overlopende passiva.
§ 2. Activa
Artikel 365
1. Onder de immateriële
vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. kosten die verband houden met de oprichting
en met de uitgifte van aandelen;
b. kosten van onderzoek en ontwikkeling;
c. kosten van verwerving ter zake van
concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom;
d. kosten van goodwill die van derden is
verkregen;
e. vooruitbetalingen op immateriële vaste
activa.
2. Voor zover de
rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid
1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een
reserve aanhouden.
Artikel 366
1. Onder de materiële
vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. bedrijfsgebouwen en -terreinen;
b. machines en installaties;
c. andere vaste bedrijfsmiddelen, zoals
technische en administratieve uitrusting;
d. materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering
en vooruitbetalingen op materiële vaste activa;
e. niet aan het produktieproces dienstbare
materiële vaste activa.
2. Indien de
rechtspersoon op of met betrekking tot materiële vaste activa slechts een
beperkt zakelijk of persoonlijk duurzaam genotsrecht heeft, wordt dit vermeld.
Artikel 367
Onder de financiële vaste activa
worden afzonderlijk opgenomen:
a. aandelen, certificaten van aandelen en andere
vormen van deelneming in groepsmaatschappijen;
b. andere deelnemingen;
c. vorderingen op groepsmaatschappijen;
d. vorderingen op andere rechtspersonen en
vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de
rechtspersoon een deelneming heeft;
e. overige effecten;
f. overige vorderingen, met afzonderlijke
vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders
van aandelen op naam.
Artikel 368
1. Het verloop van elk
der posten, behorende tot de vaste activa, gedurende het boekjaar wordt in een
sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a. de boekwaarde aan het begin van het boekjaar;
b. de som van de waarden waartegen de in het
boekjaar verkregen activa zijn te boek gesteld, en de som van de boekwaarden
der activa waarover de rechtspersoon aan het einde van het boekjaar niet meer
beschikt;
c. de herwaarderingen over het boekjaar
overeenkomstig artikel 390 lid 1;
d. de afschrijvingen, de waardeverminderingen en
de terugneming daarvan over het boekjaar;
e. de boekwaarde aan het einde van het boekjaar.
2. Voorts worden voor
elk der posten behorende tot de vaste activa opgegeven:
a. de som der herwaarderingen die betrekking
hebben op de activa welke op de balansdatum aanwezig zijn;
b. de som der afschrijvingen en
waardeverminderingen op de balansdatum.
Artikel 369
Onder de tot de vlottende activa
behorende voorraden worden afzonderlijk opgenomen:
a. grond- en hulpstoffen;
b. onderhanden werk;
c. gereed produkt en handelsgoederen;
d. vooruitbetalingen op voorraden.
Artikel 370
1. Onder de tot de vlottende
activa behorende vorderingen worden afzonderlijk opgenomen:
a. vorderingen op handelsdebiteuren;
b. vorderingen op groepsmaatschappijen;
c. vorderingen op andere rechtspersonen en
vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de
rechtspersoon een deelneming heeft;
d. opgevraagde stortingen van geplaatst
kapitaal;
e. overige vorderingen, met uitzondering van die
waarop de artikelen 371 en 372 van toepassing zijn, en met afzonderlijke
vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders
van aandelen op naam.
2. Bij elk van de in
lid 1 vermelde groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de
resterende looptijd langer is dan een jaar.
Artikel 371
1. Behoren tot de
vlottende activa aandelen en andere vormen van belangen in niet in de
consolidatie betrokken maatschappijen als bedoeld in artikel 361 lid 4, dan
worden deze afzonderlijk onder de effecten opgenomen. Vermeld wordt de
gezamenlijke waarde van de overige tot de vlottende activa behorende effecten
die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of multilaterale
handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
2. Omtrent de effecten
wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon
staan.
Artikel 372
1. Onder de liquide
middelen worden opgenomen de kasmiddelen, de tegoeden op bank- en
girorekeningen, alsmede de wissels en cheques.
2. Omtrent de tegoeden
wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon
staan.
§ 3. Passiva
Artikel 373
1. Onder het eigen
vermogen worden afzonderlijk opgenomen:
a. het geplaatste kapitaal;
b. agio;
c. herwaarderingsreserves;
d. andere wettelijke reserves, onderscheiden
naar hun aard;
e. statutaire reserves;
f. overige reserves;
g. niet verdeelde winsten, met afzonderlijke
vermelding van het resultaat na belastingen van het boekjaar, voor zover de
bestemming daarvan niet in de balans is verwerkt.
2. Is het geplaatste
kapitaal niet volgestort, dan wordt in plaats daarvan het gestorte kapitaal
vermeld of, indien stortingen zijn uitgeschreven, het gestorte en opgevraagde
kapitaal. Het geplaatste kapitaal wordt in deze gevallen vermeld.
3. Het kapitaal wordt
niet verminderd met het bedrag van eigen aandelen of certificaten daarvan die
de rechtspersoon of een dochtermaatschappij houdt.
4. Wettelijke reserves
zijn de reserves die moeten worden aangehouden ingevolge de artikelen 67a leden
2 en 3, 94a lid 6 onder f, 98c lid 4, 365 lid 2, 389 leden 6 en 8, 390, 401 lid
2 en 423 lid 4.
5. In een jaarrekening
die in een vreemde geldeenheid wordt opgesteld, wordt de in lid 1 onderdeel a
bedoelde post opgenomen in die geldeenheid, naar de koers op de balansdatum.
Vermelden de statuten het geplaatste kapitaal in een andere geldeenheid dan de
geldeenheid waarin de jaarrekening is opgesteld, dan wordt in de in lid 1
onderdeel a bedoelde post tevens deze koers en het bedrag in die andere
geldeenheid vermeld.
Artikel 374
1. Op de balans worden
voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen
die op de balansdatum als waarschijnlijk of als vaststaand worden beschouwd,
maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan.
Tevens kunnen voorzieningen worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend
boekjaar zullen worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn
oorsprong mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening strekt
tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren.
2. Waardevermindering
van een actief wordt niet door vorming van een voorziening tot uitdrukking
gebracht.
3. De voorzieningen
worden gesplitst naar de aard der verplichtingen, verliezen en kosten waartegen
zij worden getroffen; zij worden overeenkomstig de aard nauwkeurig omschreven.
In de toelichting wordt zoveel mogelijk aangegeven in welke mate de
voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd.
4. In ieder geval
worden afzonderlijk opgenomen:
a. de voorziening voor belastingverplichtingen,
die na het boekjaar kunnen ontstaan, doch aan het boekjaar of een voorafgaand
boekjaar moeten worden toegerekend, met inbegrip van de voorziening voor
belastingen die uit waardering boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs
kan voortvloeien;
b. de voorziening voor pensioenverplichtingen.
Artikel 375
1. Onder de schulden
worden afzonderlijk opgenomen:
a. obligatieleningen, pandbrieven en andere
leningen met afzonderlijke vermelding van de converteerbare leningen;
b. schulden aan banken;
c. ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
voor zover niet reeds op actiefposten in mindering gebracht;
d. schulden aan leveranciers en
handelskredieten;
e. te betalen wissels en cheques;
f. schulden aan groepsmaatschappijen;
g. schulden aan rechtspersonen en
vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de
rechtspersoon een deelneming heeft, voor zover niet reeds onder f
vermeld;
h. schulden ter zake van belastingen en premiën
van sociale verzekering;
i. schulden ter zake van pensioenen;
j. overige schulden.
2. Bij elke in lid 1
vermelde groep van schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende
looptijd langer is dan een jaar, met aanduiding van de rentevoet daarover en
met afzonderlijke vermelding tot welk bedrag de resterende looptijd langer is
dan vijf jaar.
3. Onderscheiden naar
de in lid 1 genoemde groepen, wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke
zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld
ten aanzien van welke schulden de rechtspersoon zich, al dan niet
voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen,
voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in artikel 362 lid
1 bedoelde inzicht.
4. Aangegeven wordt tot
welk bedrag schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de aard
van deze achterstelling wordt toegelicht.
5. Is het bedrag
waarmee de schuld moet worden afgelost hoger dan het ontvangen bedrag, dan mag
het verschil, mits afzonderlijk vermeld, uiterlijk tot de aflossing worden
geactiveerd.
6. Het bedrag wordt
vermeld dat de rechtspersoon op leningen die zijn opgenomen onder de schulden
met een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen tijdens het
boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft.
7. Bij converteerbare
leningen worden de voorwaarden van conversie medegedeeld.
Artikel 376
Heeft de rechtspersoon zich
aansprakelijk gesteld voor schulden van anderen of loopt hij nog risico voor
verdisconteerde wissels of chèques, dan worden de daaruit voortvloeiende
verplichtingen, voor zover daarvoor op de balans geen voorzieningen zijn
opgenomen, vermeld en ingedeeld naar de vorm der geboden zekerheid.
Afzonderlijk worden vermeld de verplichtingen die ten behoeve van
groepsmaatschappijen zijn aangegaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten