Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 9. De jaarrekening en het jaarverslag
Afdeling 9. Deskundigenonderzoek
Artikel 393
1. De rechtspersoon
verleent opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een registeraccountant
of aan een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het
accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36,
tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep. De opdracht kan
worden verleend aan een organisatie waarin accountants die mogen worden
aangewezen, samenwerken. Indien een rechtspersoon tevens een organisatie van
openbaar belang is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de
Wet toezicht accountantsorganisaties, wordt door deze rechtspersoon aan de
Stichting Autoriteit Financiële Markten medegedeeld welke accountant of
accountantsorganisatie wordt beoogd voor het uitvoeren van een opdracht tot
onderzoek van de jaarrekening van de rechtspersoon. Deze mededeling geschiedt
voordat tot de verlening van die opdracht, bedoeld in het tweede lid, is
overgegaan. Onze Minister van Financiën stelt bij ministeriele regeling nadere regels
over deze mededeling.
2. Tot het verlenen van
de opdracht is de algemene vergadering bevoegd. Gaat deze daartoe niet over,
dan is de raad van commissarissen bevoegd of, zo deze ontbreekt of in gebreke
blijft, het bestuur. De aanwijzing van een accountant wordt door generlei
voordracht beperkt. De opdracht kan worden ingetrokken door de algemene
vergadering en door degene die haar heeft verleend; de door het bestuur
verleende opdracht kan bovendien door de raad van commissarissen worden
ingetrokken. De opdracht kan enkel worden ingetrokken om gegronde redenen;
daartoe behoort niet een meningsverschil over methoden van verslaggeving of
controlewerkzaamheden. De algemene vergadering hoort de accountant op diens
verlangen omtrent de intrekking van een hem verleende opdracht of omtrent het
hem kenbaar gemaakte voornemen daartoe. Het bestuur en de accountant stellen de
Stichting Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van de intrekking
van de opdracht door de rechtspersoon of tussentijdse beëindiging ervan door de
accountant en geven hiervoor een afdoende motivering.
3. De accountant
onderzoekt of de jaarrekening het in artikel 362 lid 1 vereiste inzicht geeft.
Hij gaat voorts na, of de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet gestelde
voorschriften voldoet, of het jaarverslag, voor zover hij dat kan beoordelen,
overeenkomstig deze titel is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is,
en of de in artikel 392 lid 1, onderdelen b tot en met h vereiste gegevens zijn
toegevoegd.
4. De accountant brengt
omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de raad van commissarissen en aan het
bestuur. Hij maakt daarbij ten minste melding van zijn bevindingen met
betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde
gegevensverwerking.
5. De accountant geeft
de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van
de jaarrekening. De accountant kan een afzonderlijke verklaring afgeven voor de
enkelvoudige jaarrekening en voor de geconsolideerde jaarrekening. De accountantsverklaring
omvat ten minste:
a. een vermelding op welke jaarrekening het
onderzoek betrekking heeft en welke wettelijke voorschriften op de jaarrekening
toepasselijk zijn;
b. een beschrijving van de reikwijdte van het
onderzoek, waarin ten minste wordt vermeld welke richtlijnen voor de
accountantscontrole in acht zijn genomen;
c. een oordeel of de jaarrekening het vereiste
inzicht geeft en aan de bij en krachtens de wet gestelde regels voldoet;
d. een verwijzing naar bepaalde zaken waarop de
accountant in het bijzonder de aandacht vestigt, zonder een verklaring als
bedoeld in lid 6, onderdeel b, af te geven;
e. een vermelding van de gebleken tekortkomingen
naar aanleiding van het onderzoek overeenkomstig lid 3 of het jaarverslag
overeenkomstig deze titel is opgesteld en of de in artikel 392 lid 1, onder b
tot en met g, vereiste gegevens zijn toegevoegd;
f. een oordeel over de verenigbaarheid van het
jaarverslag met de jaarrekening.
6. De
accountantsverklaring, bedoeld in lid 5, heeft de vorm van:
a. een goedkeurende verklaring;
b. een verklaring met beperking;
c. een afkeurende verklaring; of
d. een verklaring van oordeelonthouding.
De
accountant ondertekent en dagtekent de accountantsverklaring.
7. De jaarrekening kan
niet worden vastgesteld, indien het daartoe bevoegde orgaan geen kennis heeft
kunnen nemen van de verklaring van de accountant, die aan de jaarrekening moest
zijn toegevoegd, tenzij onder de overige gegevens een wettige grond wordt
medegedeeld waarom de verklaring ontbreekt.
8. Iedere
belanghebbende kan van de rechtspersoon nakoming van de in lid 1 omschreven
verplichting vorderen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten