Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 9. De jaarrekening en het jaarverslag
Afdeling 6. Voorschriften omtrent de grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat
Artikel 384
1. Bij de keuze van een
grondslag voor de waardering van een actief en van een passief en voor de
bepaling van het resultaat laat de rechtspersoon zich leiden door de
voorschriften van artikel 362 leden 1-4. Als grondslag komen in aanmerking de
verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele waarde.
2. Bij de toepassing
van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts
opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verplichtingen
die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar, worden in acht
genomen, indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden.
Voorzienbare verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden
vóór het einde van het boekjaar kunnen in acht worden genomen indien zij vóór
het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
3. Bij de waardering
van activa en passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat het geheel
der werkzaamheden van de rechtspersoon waaraan die activa en passiva dienstbaar
zijn, wordt voortgezet, tenzij die veronderstelling onjuist is of haar
juistheid aan gerede twijfel onderhevig is; alsdan wordt dit onder mededeling
van de invloed op vermogen en resultaat in de toelichting uiteengezet.
4. Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud, de
grenzen en de wijze van toepassing van waardering tegen actuele waarden.
5. De grondslagen van
de waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat
worden met betrekking tot elk der posten uiteengezet. De grondslagen voor de
omrekening van in vreemde valuta luidende bedragen worden uiteengezet; tevens
wordt vermeld op welke wijze koersverschillen zijn verwerkt.
6. Slechts wegens
gegronde redenen mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van
het resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het
voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden der verandering wordt in de
toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor
vermogen en resultaat, aan de hand van aangepaste cijfers voor het boekjaar of
voor het voorafgaande boekjaar.
7. Waardeveranderingen
van:
a. financiële instrumenten;
b. andere beleggingen; en
c. agrarische voorraden waarvoor frequente
marktnoteringen bestaan die op grond van lid 1 tegen de actuele waarde worden
gewaardeerd, kunnen in afwijking van de tweede zin van lid 2 onmiddellijk in
het resultaat worden opgenomen, tenzij in deze afdeling anders is bepaald.
Waardeveranderingen van afgeleide financiële instrumenten, voorzover niet
bedoeld in lid 8, worden, zo nodig in afwijking van lid 2, onmiddellijk ten
gunste of ten laste van het resultaat gebracht.
8. Waardeveranderingen
van financiële instrumenten die dienen en effectief zijn ter dekking van risico’s
inzake activa, activa in bestelling en andere nog niet op de balans opgenomen
verplichtingen, dan wel inzake voorgenomen transacties worden rechtstreeks ten
gunste dan wel ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht, voor zover dat
noodzakelijk is om te bereiken dat deze waardeveranderingen in dezelfde periode
in het resultaat worden verwerkt als de waardeveranderingen die zij beogen af
te dekken.
Artikel 385
1. De activa en passiva
worden, voor zover zij in hun betekenis voor het in artikel 362 lid 1 bedoelde
inzicht verschillen, afzonderlijk gewaardeerd.
2. De waardering van
gelijksoortige bestanddelen van voorraden en effecten mag geschieden met
toepassing van gewogen gemiddelde prijzen, van de regels "eerst-in,
eerst-uit" (Fifo), "laatst-in, eerst-uit" (Lifo), of van
soortgelijke regels.
3. Materiële vaste
activa en voorraden van grond- en hulpstoffen die geregeld worden vervangen en
waarvan de gezamenlijke waarde van ondergeschikte betekenis is, mogen tegen een
vaste hoeveelheid en waarde worden opgenomen, indien de hoeveelheid,
samenstelling en waarde slechts aan geringe veranderingen onderhevig zijn.
4. De in artikel 365
lid 1 onder d en e genoemde activa worden opgenomen tot ten hoogste de daarvoor
gedane uitgaven, verminderd met de afschrijvingen.
5. Eigen aandelen of
certificaten daarvan die de rechtspersoon houdt of doet houden, mogen niet
worden geactiveerd. De aan het belang in een dochtermaatschappij toegekende
waarde wordt, al dan niet evenredig aan het belang, verminderd met de
verkrijgingsprijs van aandelen in de rechtspersoon en van certificaten daarvan,
die de dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden; heeft zij
deze aandelen of certificaten verkregen voor het tijdstip waarop zij
dochtermaatschappij werd, dan komt evenwel hun boekwaarde op dat tijdstip in
mindering of een evenredig deel daarvan.
Artikel 386
1. De afschrijvingen
geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2. De methoden volgens
welke de afschrijvingen zijn berekend, worden in de toelichting uiteengezet.
3. De geactiveerde
kosten in verband met de oprichting en met de uitgifte van aandelen worden
afgeschreven in ten hoogste vijf jaren. De kosten van onderzoek en ontwikkeling
voor zover geactiveerd en de geactiveerde kosten van goodwill worden
afgeschreven naar gelang van de verwachte gebruiksduur. De afschrijvingsduur
mag vijf jaren slechts te boven gaan, indien de goodwill aan een aanzienlijk
langer tijdvak kan worden toegerekend; alsdan moet de afschrijvingsduur met de
redenen hiervoor worden opgegeven.
4. Op vaste activa met
beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat op
de verwachte toekomstige gebruiksduur is afgestemd.
5. Op het
overeenkomstig artikel 375 lid 5 geactiveerde deel van een schuld wordt tot de
aflossing jaarlijks een redelijk deel afgeschreven.
Artikel 387
1. Waardeverminderingen
van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in
aanmerking genomen.
2. Vlottende activa
worden gewaardeerd tegen actuele waarde, indien deze op de balansdatum lager is
dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De waardering geschiedt tegen een
andere lagere waarde, indien het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor
wordt gediend.
3. Indien
redelijkerwijs een buitengewone waardevermindering van vlottende activa op
korte termijn valt te voorzien, mag bij de waardering hiermede rekening worden
gehouden.
4. Bij de waardering
van de vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun
waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de waardering van de
financiële vaste activa mag in ieder geval met op de balansdatum opgetreden
waardevermindering rekening worden gehouden.
5. De afboeking
overeenkomstig de voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens artikel
390 lid 3 aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van de
winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan gemaakt, zodra
de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. De afboekingen ingevolge lid
3 en die ingevolge lid 4, alsmede de terugnemingen, worden afzonderlijk in de
winst- en verliesrekening of in de toelichting opgenomen.
Artikel 388
1. De verkrijgingsprijs
waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de inkoopprijs en de bijkomende
kosten.
2. De
vervaardigingsprijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de
aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige
kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In
de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de
indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de
vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de
toelichting dat deze rente is geactiveerd.
Artikel 389
1. De deelnemingen in
maatschappijen waarin de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent op het
zakelijke en financiële beleid, worden verantwoord overeenkomstig de leden 2 en
3. Indien de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen
of samen een vijfde of meer van de stemmen van de leden, vennoten of
aandeelhouders naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen uitbrengen, wordt
vermoed dat de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent.
2. De rechtspersoon
bepaalt de netto-vermogenswaarde van de deelneming door de activa,
voorzieningen en schulden van de maatschappij waarin hij deelneemt te waarderen
en haar resultaat te berekenen op de zelfde grondslagen als zijn eigen activa,
voorzieningen, schulden en resultaat. Deze wijze van waardering moet worden
vermeld.
3. Wanneer de
rechtspersoon onvoldoende gegevens ter beschikking staan om de
netto-vermogenswaarde te bepalen, mag hij uitgaan van een waarde die op andere
wijze overeenkomstig deze titel is bepaald en wijzigt hij deze waarde met het
bedrag van zijn aandeel in het resultaat en in de uitkeringen van de
maatschappij waarin hij deelneemt. Deze wijze van waardering moet worden
vermeld.
4. In de jaarrekening
van een rechtspersoon die geen bank is als bedoeld in artikel 415 mag de
verantwoording van een deelneming in een bank overeenkomstig afdeling 14 van
deze titel geschieden. In de jaarrekening van een bank als bedoeld in artikel
415 wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen bank is, verantwoord
overeenkomstig de voorschriften voor banken met uitzondering van artikel 424 en
onverminderd de eerste zin van lid 5.
Deze
uitzondering behoeft niet te worden toegepast ten aanzien van deelnemingen,
waarin werkzaamheden worden verricht, die rechtstreeks liggen in het verlengde
van het bankbedrijf.
5. In de jaarrekening
van een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is als bedoeld in
artikel 427 mag de verantwoording van een deelneming in een
verzekeringsmaatschappij overeenkomstig afdeling 15 van deze titel geschieden.
In de jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in artikel 427
wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is,
verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen,
onverminderd de eerste zin van lid 4 van dit artikel.
6. De rechtspersoon
houdt een reserve aan ter hoogte van zijn aandeel in het positieve resultaat
uit deelnemingen en in rechtstreekse vermogensvermeerderingen sedert de eerste
waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3. Deelnemingen waarvan het cumulatief
resultaat sedert die eerste waardering niet positief is, worden daarbij niet in
aanmerking genomen. De reserve wordt verminderd met de uitkeringen waarop de
rechtspersoon sedertdien tot het moment van het vaststellen van de jaarrekening
recht heeft verkregen, alsmede met rechtstreekse vermogensverminderingen bij de
deelneming; uitkeringen die hij zonder beperkingen kan bewerkstelligen, worden
eveneens in mindering gebracht. Deze reserve kan in kapitaal worden omgezet.
Onder de in dit lid bedoelde uitkeringen worden niet begrepen uitkeringen in
aandelen.
7. Indien de waarde bij
de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 lager is dan de
verkrijgingsprijs of de voorafgaande boekwaarde van de deelneming, wordt het
verschil zichtbaar ten laste van de winst- en verliesrekening of van het eigen
vermogen gebracht, dan wel als goodwill geactiveerd. Voor deze berekening wordt
ook de verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig artikel 385 lid 5.
8. Waardevermeerderingen
of waardeverminderingen van deelnemingen wegens omrekening van het daarin
geïnvesteerde vermogen en het resultaat vanuit de valuta van de deelneming naar
de valuta waarin de rechtspersoon zijn jaarrekening opmaakt, komen ten gunste
respectievelijk ten laste van een reserve omrekeningsverschillen.
Valutakoersverschillen op leningen aangegaan ter dekking van valutakoersrisico
van buitenlandse deelnemingen, komen eveneens ten gunste respectievelijk ten
laste van deze reserve. De reserve kan een negatief saldo hebben. Bij gehele of
gedeeltelijke vervreemding van het belang in de desbetreffende deelneming wordt
het gedeelte van de reserve dat op het vervreemde deel van die deelneming
betrekking heeft aan deze reserve onttrokken. Indien de reserve
omrekeningsverschillen een negatief saldo heeft, kunnen ter hoogte van dit
saldo geen uitkeringen worden gedaan ten laste van de reserves.
9. Wegens in de
toelichting te vermelden gegronde redenen mag worden afgeweken van toepassing
van lid 1.
10. Verschillen in het
eigen vermogen en het resultaat volgens de enkelvoudige jaarrekening en volgens
de geconsolideerde jaarrekening van de rechtspersoon worden in de toelichting
bij de enkelvoudige jaarrekening vermeld.
Artikel 390
1. Waardevermeerderingen
van materiële vaste activa, immateriële vaste activa en voorraden die geen
agrarische voorraden zijn, worden opgenomen in een herwaarderingsreserve.
Waardevermeerderingen van andere activa die tegen actuele waarde worden
gewaardeerd, worden opgenomen in een herwaarderingsreserve, tenzij ze krachtens
artikel 384 ten gunste van het resultaat worden gebracht. Voorts vormt de
rechtspersoon een herwaarderingsreserve ten laste van de vrije reserves of uit
het resultaat van het boekjaar, voor zover in het boekjaar
waardevermeerderingen van activa die op de balansdatum nog aanwezig zijn, ten
gunste van het resultaat van het boekjaar zijn gebracht. Een
herwaarderingsreserve wordt niet gevormd voor activa bedoeld in de vorige zin
waarvoor frequente marktnoteringen bestaan. Ter hoogte van het bedrag van ten
laste van de herwaarderingsreserve gebrachte uitgestelde verliezen op
financiële instrumenten als bedoeld in artikel 384 lid 8, kunnen geen
uitkeringen ten laste van de reserves worden gedaan. De herwaarderingsreserve
kan worden verminderd met latente belastingverplichtingen met betrekking tot
activa die zijn geherwaardeerd op een hoger bedrag.
2. De
herwaarderingsreserve kan in kapitaal worden omgezet.
3. De
herwaarderingsreserve is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op
basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de boekwaarde op basis van
de bij de waardering gehanteerde actuele waarde van de activa waarop de
herwaarderingsreserve betrekking heeft. Deze reserve wordt verminderd met het
uit hoofde van een bepaald actief in de reserve opgenomen bedrag als het
desbetreffende actief wordt vervreemd. Een waardevermindering van een activum,
gewaardeerd tegen actuele waarde, wordt ten laste van de herwaarderingsreserve
gebracht voor zover dit activum hieraan voorafgaande ten gunste van de
herwaarderingsreserve is opgewaardeerd.
4. De verminderingen
van de herwaarderingsreserve die ten gunste van de winst- en verliesrekening
worden gebracht, worden in een afzonderlijke post opgenomen.
5. In de toelichting
wordt uiteengezet, of en op welke wijze in samenhang met de herwaardering
rekening wordt gehouden met de invloed van belastingen op vermogen en
resultaat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten